Optrekkend vocht in een binnenmuur herken je aan natte plekken onderin de muur, loslaten verf of behang en een muffe geur. Het vocht trekt vanuit de grond omhoog via de poriën in het metselwerk, en stopt pas als de muur verzadigd raakt of als je er iets aan doet. Gelukkig zijn er twee beproefde methodes om dit effectief te behandelen: injecteren of waterkeringsfolie aanbrengen.
Hoe optrekkend vocht in een binnenmuur eruitziet
De schade begint bijna altijd op dezelfde plek: de onderste 30 tot 100 centimeter van de muur. Je ziet verkleuringen, zout dat uitbloeit op het oppervlak (uitbloeiingen of “zouten”), en plekken waar de pleister los begint te zitten. Bij houten vloeren in de buurt kan de constructie ook gaan rotten. Een muffe lucht in de kamer is een veelzeggende bijkomende aanwijzing.
Optrekkend vocht verschilt van condensatie of een lekkage. Condensatie zit hoger op de muur, meestal rondom koudebruggen. Een lekkage is vaak plaatselijk en hangt samen met regenval. Optrekkend vocht zit altijd laag, is aanwezig het hele jaar door en wordt erger naarmate de muur ouder is en de vochtwerend laag (horizontale vochtbarrière) ontbreekt of versleten is.
Twee methodes om optrekkend vocht in de binnenmuur te behandelen
Er zijn twee praktische oplossingen die ook door professionals worden toegepast. Welke methode het beste werkt, hangt af van de dikte van de muur, de toegankelijkheid en hoe ernstig het vochtprobleem is.
1. Injecteren
Bij injectie boor je op gelijke hoogte (doorgaans 15 tot 20 centimeter boven de vloer) een reeks gaten in de muur, met een onderlinge afstand van circa 10 tot 12 centimeter. Daarin spuit of giet je een speciale injectievloeistof, meestal op basis van silaan, siloxaan of microsilica. Die vloeistof trekt de steen en het voegwerk in en vormt een waterafstotende laag. Na uitharding blokkeert die laag het capillaire transport van vocht omhoog.
Injecteren werkt goed bij massief metselwerk en is ook toepasbaar vanuit de binnenkant. Nadeel: de muur moet daarna opnieuw gestuct of geplasterd worden, omdat de oude pleisterlaag in contact is geweest met vochtig metselwerk en zouten bevat. Die laag moet je weghakken en vervangen door een vochtregulerend of renovatieplestermiddel, anders heeft de mooie afwerking maar een korte levensduur.
2. Waterkeringsfolie
Een andere aanpak is het aanbrengen van een waterkeringsfolie (ook wel horizontale vochtbarrière of muurafdichting). Daarbij zaag je horizontaal een sleuf in het voegwerk of de steen, schuif je een strook polyethyleenfolie of metaalfolie in die sleuf en dicht je de opening af. Het resultaat is een fysieke barrière die vocht de weg omhoog verspert.
Deze methode is ingrijpender en vraagt meer vakmanschap, zeker bij dikke muren. Het werkt wel zeer betrouwbaar en hoeft niet herhaald te worden. Bij dunne scheidingswanden is de methode eenvoudiger toepasbaar dan bij dikke buitenmuren van 30 centimeter of meer. Let op: ook hier moet de vochtige pleister weg voordat je de muur opnieuw afwerkt.
Wat je eerst moet aanpakken: de pleisterlaag
Hoe goed de injectie of de folie ook is, als je de natte pleisterlaag laat zitten, zie je de schade binnen een jaar terugkomen. Hak de pleister weg tot minstens 50 centimeter boven de zichtbare vochtgrens. Zoutuitbloeiingen zitten vaak hoger dan de eigenlijke nattigheid, dus ruimer is beter.
Gebruik daarna een saneringspleister of renovatieplestermiddel. Die is poreuzer dan gewone pleister en zorgt ervoor dat zouten die nog in de muur zitten, niet naar buiten trekken en de nieuwe afwerklaag beschadigen. Pas schilderen of behangen als de muur volledig droog is, wat afhankelijk van de dikte weken tot maanden kan duren.
Zelf doen of een vakman inschakelen?
Injecteren met een doe-het-zelf-injectiekit is mogelijk voor een gemiddeld handige klusser. De kits zijn verkrijgbaar bij bouwmaterialenhandels en bestaan uit de boorhandleiding, injectiepatronen of een pomp en de vloeistof. Volg de instructies van de fabrikant nauwkeurig op, want de gaten moeten op de juiste diepte en hoek worden geboord en de vloeistof moet goed intrekken voordat je de gaten afsluit.
Bij ernstige vochtproblemen, bij monumentale panden of bij dik massief metselwerk is het verstandig een gespecialiseerd bedrijf in te schakelen. Zij kunnen ook een vochtmeting doen om precies te bepalen hoe hoog het vocht staat en hoe diep de behandeling moet gaan. Een professionele behandeling van een gemiddelde binnenmuur kost naar schatting tussen de 500 en 1.500 euro in 2025, afhankelijk van de methode, de wandlengte en de staat van de pleister.
Optrekkend vocht in een binnenmuur verdwijnt niet vanzelf. Hoe langer je wacht, hoe verder het vocht opstijgt en hoe meer schade er ontstaat aan pleister, afwerking en eventueel aangrenzende houtconstructies. Pak het probleem aan bij de wortel: eerst de vochtbarrière herstellen via injectie of folie, dan de besmette pleister vervangen. Daarmee los je het structureel op in plaats van het telkens opnieuw te overschilderen.





