Huis

Optrekkend vocht behandelen: zo pak je het effectief aan

Optrekkend vocht behandelen doe je met twee bewezen methodes: injecteren van de muur of het aanbrengen van een waterkeringsfolie. Welke methode het beste werkt, hangt af van de situatie, de ernst van het vochtprobleem en of het om een binnen- of buitenmuur gaat. Hieronder lees je hoe beide methodes werken, wat je zelf kunt doen en wanneer je beter een professional inschakelt.

Wat is optrekkend vocht en hoe herken je het?

Optrekkend vocht ontstaat doordat grondwater via het muurwerk omhoogkruipt. Dit gebeurt als er geen (goede) vochtbrekende laag in de muur aanwezig is, of als die laag in de loop der jaren is aangetast. Je herkent het aan donkere vlekken laag op de muur, loslatende verf of behang, zoutuitslag (witte kristallen op het oppervlak) en een muffe geur. De vlekken zitten meestal tot zo’n 30 tot 100 centimeter hoogte, maar bij ernstige gevallen kan het hoger reiken.

Optrekkend vocht verschilt van condensvocht of lekkage. Bij condensatie zit het vocht juist hoog op koude plekken, zoals hoeken bij het plafond. Bij optrekkend vocht begint het probleem altijd onderaan. Dat onderscheid is belangrijk, want de behandeling verschilt volledig.

Methode 1: de muur injecteren tegen optrekkend vocht

Injecteren is de meest gebruikte methode om optrekkend vocht te behandelen. Hierbij boor je op regelmatige afstand gaten in de muur, op een hoogte van ongeveer 15 tot 20 centimeter boven de vloer. In die gaten injecteer je een speciale vochtbrekende vloeistof (meestal op silicaatbasis). Deze vloeistof trekt in het muurwerk en vormt een onzichtbare, waterafstotende laag die verhindert dat grondwater verder omhoogkruipt.

De stappen in het kort:

  • Boor gaten op circa 10 tot 15 centimeter afstand van elkaar, schuin naar beneden gericht.
  • Verwijder zoveel mogelijk boorgruis uit de gaten.
  • Injecteer de vloeistof via een injectiespuit of een speciaal systeem onder lage druk.
  • Laat de vloeistof intrekken (dit duurt afhankelijk van het product enkele uren tot een dag).
  • Herstel de gaten met geschikte reparatiemortel.
  • Laat de muur volledig drogen voordat je verft of stucwerk aanbrengt.

Injecteerproducten zijn verkrijgbaar als kant-en-klare vloeistof of als crème. De crème-variant is gebruiksvriendelijker voor doe-het-zelvers, omdat hij niet uit de gaten loopt. Professionele bedrijven werken soms met systemen onder hogere druk voor een diepere en gelijkmatigere verdeling in het muurwerk.

Let op: injecteren werkt goed in stevig muurwerk zoals baksteen of kalkzandsteen. In brokkelig of sterk aangetast muurwerk kan de vloeistof ongelijkmatig verdeeld raken, waardoor het resultaat tegenvalt. In dat geval is professionele hulp verstandig.

Methode 2: waterkeringsfolie aanbrengen

Een tweede manier om optrekkend vocht te behandelen is het aanbrengen van een waterkeringsfolie, ook wel slooffolie of muurfolie genoemd. Bij deze methode verwijder je een strook van het muurwerk op de gewenste hoogte, schuif je een dampdichte folie in de sleuf en herstel je het metselwerk daarna weer. De folie vormt een fysieke barrière die het grondwater blokkeert.

Deze aanpak is ingrijpender dan injecteren. Je moet een gedeelte van de muur openleggen, wat zowel tijd als vakmanschap vraagt. Daarom is dit in de praktijk minder populair als doe-het-zelf-oplossing. Het voordeel is dat de folie, als hij goed is aangebracht, een vrijwel zekere en duurzame afdichting vormt.

Waterkeringsfolie is vooral geschikt als injecteren om wat voor reden dan ook geen optie is, bijvoorbeeld bij heel dik muurwerk of bij specifieke constructies waarbij vloeistofinjectie niet diep genoeg doordringt.

Muur behandelen na de vochtbestrijding

Optrekkend vocht behandelen stopt niet bij de muur zelf. Na de behandeling is de muur vaak beschadigd: het stucwerk is aangetast, er zit zoutuitslag in de wand en de verf of het behang laat los. Zoutuitslag verwijder je door de muur goed te laten drogen en het oppervlak daarna droog af te borstelen. Verwijder ook het aangetaste stucwerk en breng een nieuwe pleisterlaag aan met een vochtregulerende of waterbestendige mortel.

Breng pas nieuwe afwerking aan als de muur écht droog is. Afhankelijk van de dikte van het muurwerk en de omgevingstemperatuur kan dat meerdere weken tot maanden duren. Te vroeg afwerken is een veelgemaakte fout: de resterende vochtigheid tast de nieuwe laag al snel opnieuw aan.

Zelf doen of specialist inschakelen?

Kleine tot matige vochtproblemen kun je als doe-het-zelver goed aanpakken met een injecteercrème uit de bouw- of speciaalzaak. Volg de instructies van het product nauwkeurig op, zorg voor voldoende gaten en geef de vloeistof voldoende tijd om in te trekken. Dat is al de helft van het resultaat.

Schakel een specialist in als:

  • het vochtige oppervlak groter is dan een paar vierkante meter;
  • het muurwerk zichtbaar brokkelig of sterk aangetast is;
  • de vochtproblemen zich herhalen na een eerdere behandeling;
  • je te maken hebt met een monumentaal pand of bijzondere bouwmethode;
  • het vocht ook doorsijpelt via de vloer of funderingsomgeving.

Een specialist kan eerst de oorzaak goed in kaart brengen met een vochtmeting. Zo weet je zeker dat je de juiste methode kiest en niet achteraf opnieuw aan de slag moet.

Optrekkend vocht lost zichzelf nooit op. Hoe langer je wacht, hoe verder de schade zich verspreidt in het muurwerk, het stucwerk en de afwerking. Een tijdige behandeling met de juiste methode bespaart uiteindelijk een stuk meer werk dan later alles opnieuw te moeten aanpakken.

Comments are closed.

Next Article:

0 %